De studie Technische Natuurkunde bestaat uit een drie jaar durende bacheloropleiding en een twee jaar durende masteropleiding. Je krijgt tijdens deze opleiding een dermate brede basis aan kennis dat je nog veel kanten op kan. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in het grote aantal Masters dat je kunt doen na je Bachelor Technische Natuurkunde.

Voor praktische informatie: zie de Onderwijs algemeen pagina!

Eerste jaar

In het eerste jaar heb je 40 ingeroosterde contacturen per week. Het jaar is verdeeld in acht onderwijsperioden (octalen) van vijf weken: vier weken onderwijs en een week tentamens. Per octaal heb je in het algemeen één natuurkundevak, één  wiskundevak en een practicum of project.

In het eerste half jaar (semester) krijg je een aantal basisvakken natuurkunde, zoals Mechanica, Golven en Optica, Elektriciteit en Magnetisme en Moderne Natuurkunde, en wordt de basis van de benodigde wiskundige kennis gelegd in het vak Analyse. Naast deze theoretische vakken volg je het Natuurkundig Practicum waarin je op individuele basis leert hoe je als natuurkundige experimenten opzet en er verslag van doet.

In het tweede semester wordt er al meer van je abstractievermogen geëist in de natuurkundevakken Elektromagnetisme en Mechanica & Relativiteitsleer en de wiskundevakken Lineaire Algebra en Voortgezette Analyse. Daarnaast is er het technische natuurkundevak Thermodynamica en het maatschappijgerichte Technology Management. Ook volg je het ontwerpvak Design Engineering voor Fysici waarin je leert natuurkunde te gebruiken in het ontwerpen en maken van apparaten.

Tweede jaar

In het tweede jaar heb je circa 28 ingeroosterde contacturen per week. Daarnaast doe je zo’n twaalf uur per week aan zelfstudie. Het jaar bestaat weer uit acht octalen van vijf weken, met per octaal steeds twee theorievakken, en een practicum of project. Elk octaal wordt afgesloten met een tentamenweek. 

De theorievakken zijn diepgaander dan in het eerste jaar en worden gegeven in hoorcolleges, gevolgd door werkcolleges. In de hoorcolleges wordt de theorie uitgelegd, in de werkcolleges bestudeer je zelfstandig de theorie, en leer je in groepen om de theorie toe te passen. Het betreft hier basisvakken natuurkunde zoals Kwantummechanica, Golven en Statistische Fysica en typisch Delftse technologische vakken zoals Systemen en Signalen en Fysische Transportverschijnselen. De hoeveelheid wiskunde is qua hoeveelheid minder dan in het eerste jaar. 

Je gaat ook zelfstandig onderzoek doen. In een viertal Research Practica draai je mee in een echte onderzoeksgroep.

Derde jaar

Minor
In de eerste helft van het 3e jaar doe je een zogenaamde minor: je studeert dan, naar eigen keuze, iets heel anders dan natuurkunde. Bijvoorbeeld: wiskunde, werktuigbouwkunde, medische technologie, computer science, rechten en economie, finance, entrepreneurship of Japankunde. Dat kan bij andere opleidingen van de TU Delft en aan alle andere Nederlandse universiteiten. Sommige minors zijn erg theoretisch, andere juist erg praktisch. Je mag je minor doen in Delft, maar het mag ook aan een andere universiteit. Zelfs in het buitenland. Je kunt je gedurende de minor ook verder verdiepen in de natuurkunde. Hiervoor is een speciale verdiepende minor opgezet aan de Universiteit Leiden voor Delftse studenten Technische Natuurkunde die verder willen bouwen op hun natuurkundekennis van de eerste twee jaar.  

Major

In de tweede helft van het derde jaar volg je enkele geavanceerde natuurkundevakken zoals Optica, Vaste Stoffysica en Kwantummechanica en een filosofisch vak Wetenschaps- en Argumentatieleer. Je sluit  de bacheloropleiding af met een zelfstandig onderzoeksproject. Je bent dan tien weken lang op individuele basis fulltime bezig met een (deel)onderzoek in een van de onderzoeksgroepen. Je onderzoekt dan iets heel nieuws, dat nog nooit iemand onderzocht heeft. Daarover rapporteer je mondeling en schriftelijk.

In het algemeen word je in het derde jaar behoorlijk op jezelf teruggeworpen. Je bent inmiddels een volwassen, zelfstandige academicus, die zijn/haar eigen studie kan plannen en erop uit trekt om interessante kennis te vergaren.

Voor meer informatie, zie:

Link 1, Link 2

 

Master Applied Physics (AP)

Het grootste deel van de studenten TN stroomt na de bachelor door in de masteropleiding Applied Physics. Dit is zoals eerder genoemd niet de enige optie; met de Bachelor Technische Natuurkunde mag je namelijk aan vrij veel Masters deelnemen. Dit aantal kun je nog vergroten door bijvoorbeeld een schakelminor te volgen.

De Master AP is een Master met vele mogelijkheden, er liggen namelijk maar enkele vakken vast. De rest van het programma kun je naar eigen wens en in de richting van je afstuderen samenstellen.

Voor meer informatie, zie:

Studie Informatie Applied Physics

en

Studentenportal Applied Physics